zondag 21 november 2010

Geen Familie in het Werftheater


Op de dag dat Nederland massaal schreeuwde om cultuur, wat kun je dan beter doen dan naar het theater gaan? Een niet-gesubsidieerd theater, dat wel. In het Werftheater zaten we in zo'n mooie ronde werfkelder aan de Oude Gracht. Een piepklein barretje en een beschilderd theaterzaaltje dat me deed denken aan het oude Cinemariënburg. Het duo Van der Laan en Woe (Geen Familie) zong mooie liedjes en voerde een aantal ultrakorte sketches op, met onder meer een meesterlijke vergadering met zeven deelnemers. Ongeacht het BTW-tarief zeer de moeite waard om te gaan zien.

zaterdag 13 november 2010

Het Brooklyn Museum als voorbeeld


Mijn oud-collega aka Werner Buschbaum schreef op zijn 23dingen-blog (dat hij helaas heeft opgeheven) dat het handige van web 2.0-toepassingen was dat ze niet kapot kunnen, net als Tonka-speelgoedautootjes. Ik vind dat nog steeds een leuke vergelijking. Deze week moest ik daar twee keer aan denken. Op het NVB-congres bij Dick Rijken, die iedereen aanmoedigde op gebruik te maken van de media die je ter beschikking staan en niet bang te zijn: als het niet werkt neem je iets anders.

Ook bij het bericht van Edwin Mijnsbergen over de website van het Brooklyn Museum moest ik hier aan denken. Hij heeft gelijk: de manier waarop dit museum gebruik maakt van sociale media is een voorbeeld voor culturele organisaties. Ze hebben daar begrepen dat je niet bang moet zijn om dingen gewoon te proberen om je boodschap uit te dragen. En dat doen ze bijzonder knap: ze maken je nieuwsgierig naar de collectie en laten jou als bezoeker zien dat ze niet alleen een kunstcollectie zijn, maar midden in de gemeenschap staan. In Foursquare bijvoorbeeld heb ik me nooit verdiept, maar wat is dat leuk! Prachtige manieren om jezelf in de kijker te plaatsen, en kapot kan het inderdaad niet.

Soms denk ik wel dat bibliotheken en andere culturele instellingen bang zijn dat het publiek niet meer komt als je het teveel online biedt. Het Brooklyn Museum bewijst voor mij het tegendeel. Ik krijg juist erg veel zin om, als ik ooit in de buurt ben, juist naar het Brooklyn Museum toe te gaan.

foto: Wally Gobetz

donderdag 11 november 2010

#nvb10


Zo, dat was mijn NVB-jaarcongres-ontmaagding! Zoveel informatiewerkers had ik nog niet eerder bij elkaar gezien. Handjes geschud en verbazend veel bekenden tegengekomen; van al mijn oude banen liepen er ex-collega’s rond, en dan ook nog medecursisten van de GO. Zelfs ik blijk al iets van een netwerk te hebben, en dan liep ik zelfs nog mensen die ik graag had willen spreken mis.

Een hele schouwburg vol luisterde naar Maarten van Rossem. Je kunt veel van deze knorrepot zeggen, maar de manier waarop hij zich presenteert en praat is fenomenaal. Een knap pijnlijk stukje over de meewarige “dames van onbestemde leeftijd” die hem uitlachten van achter de balie van de UB; ik ken nog genoeg biebmensen die zich daar iets van kunnen aantrekken. Vooral bleef me bij dat Van Rossem ons aanmoedigde om niet alleen knoppenkennis bij te brengen, maar mensen te helpen om goed voorbereid te gaan zoeken: als je niets weet van waar je naar op zoek bent zul je het nooit vinden.

Ik vond het niveau van de verschillende presentaties daarna nogal wisselend en kon (mede dankzij een pijnlijke rug) lang niet overal mijn aandacht goed bijhouden. Van de presentatie waarvan ik eigenlijk het minste verwachtte bleef me echter toch iets bijzonders bij. Het was de presentatie van Dick Rijken over experimenten in laboratorium Waterwolf in Gouda; hij merkte op dat media geen doel op zich zijn, maar alleen ergens toe dienen als ze vanuit een bepaalde visie worden gebruikt. In het ontwikkelen van je visie denk je na over wie je bent en waar je naartoe wilt. Van daaruit ga je aan de slag, met welke media dan ook. Mocht Twitter over drie jaar alweer uit zijn, gebruik dan iets anders.

Dat vond ik goed om te horen en herkenbaar, want hoeveel wordt er niet aangeklooid? Zou dit niet één van de redenen zijn dat zoveel 23dingen-cursussen uiteindelijk nauwelijks een vervolg krijgen? Of dat iedereen ineens Twitter wil gaan gebruiken omdat dat in de mode is, zonder eigenlijk te weten waarom je het wilt doen? Of te gaan bloggen en uiteindelijk niet meer te weten waarover je wilt schrijven, waarna je blog een spookblog wordt?

vrijdag 5 november 2010

Evidence-based is all around


Een beeld dat mij doet glimlachen: uit de Rally to Restore Sanity and/or Fear, afgelopen weekend voorafgaand aan de Amerikaanse Congresverkiezingen. Wat staat onze branche toch midden in de werkelijkheid.

Via

vrijdag 15 oktober 2010

Nieuwe stad, nieuwe bibliotheek


Sinds een paar weken ben ik in mijn nieuwe woonplaats Utrecht lid van de openbare bibliotheek. Ik waagde mij naar binnen in het fraaie gebouw aan de Oudegracht en was dankzij een leuke meneer aan de balie binnen vijf minuten in het bezit van een bibliotheekpas waarmee ik in de hele provincie (behalve Nieuwegein) boeken kan lenen. Een prettige verrassing was dat je in Utrecht geen leengeld hoeft te betalen en dat verlengen ook geen geld kost. Hoe stom het ook klinkt, in Nijmegen hield die 10 cent me toch wel eens tegen. Terwijl ik toen ik nog bij die bibliotheek werkte en daar gratis boeken mocht lenen alles naar huis sleepte wat ook maar enigszins interessant leek.

In de twee keer dat ik er nu ben geweest bevalt de bibliotheek Utrecht me wel. Het gebouw is mooi en ruim, al is het op het eerste gezicht een beetje onoverzichtelijk met erg veel trappen. Een mooie catalogus met aquabrowser. Een goede uitstalling van nieuwe boeken en een leuk tafeltje met “in de schijnwerpers”. Je kunt overal lenen en ook kosteloos alles overal terugbrengen. En het lenen doe je zelf, met een fraaie automaat waar je een hele stapel tegelijk aan je zelf kunt uitlenen. Erg gemakkelijk.

Ik heb er in ieder geval prettig lopen snuffelen en weer genoeg leuks meegenomen. En meteen voelt Utrecht weer wat meer als thuis; een nieuw stapje in mijn integratie is gezet.

Vierkante streepjescode


Op mijn vliegticket vorige week stond een QR-code. Ik heb geen internet op mijn telefoon dus kon hem niet scannen, dus ik ben nog steeds benieuwd wat ik ermee had gekund. Ineens lijken die grappige vierkantjes overal te zijn. In Utrecht kun je een stadswandeling maken langs monumenten, waarbij je via QR-codes extra informatie krijgt. Kleine stukjes augmented reality.

In bibliotheken heb ik ze nog niet zoveel gezien, terwijl er volgens mij mij tal van mogelijkheden moeten zijn. Extra informatie bij een boek. Aanvullende digitale bronnen. Verwijzingen naar beeldmateriaal. Eigenlijk alle soorten extra laagjes digitale informatie die je kunt bedenken. De codes zijn makkelijk te maken, bijvoorbeeld met de URL-verkorters bit.ly en goo.gl. Daar heb ik ook de hier afgebeelde QR-code voor mijn blog gemaakt, maar zolang ik daar nog niet echt extraatjes aan heb hangen is die nog niet zo interessant. Tenzij iemand graag in de trein op zijn mobieltje mijn blog nog eens wil lezen.

zondag 10 oktober 2010

Muziek: Natacha Atlas - Gafsa

Zappend kwam ik vanavond langs een vreemde Koreaanse film op Canvas, en hoorde daar tot mijn verrassing en vreugde muziek van Natacha Atlas voorbijkomen. Een bijzondere zangeres met bijzondere muziek, waar ik een paar cd's van bezit. Ondanks het bijvak Arabisch tijdens mijn studie kan ik niet alle teksten volgen, maar de sfeer van de muziek is prachtig.

donderdag 30 september 2010

De toekomst van de journalistiek


Journalistiek vind ik een interessante sector. Misschien blog ik ook wel omdat ik me een beetje journalist wil voelen. De raakvlakken met het vak van informatiespecialist zijn naar mijn idee behoorlijk groot: per slot van rekening zijn we beiden bezig met het kanaliseren van informatiestromen voor goed gebruik door het publiek.

Aardig om, op het blog De nieuwe reporter, te lezen dat de journalistiek ook met zijn toekomst bezig is, en dat bepaalde zaken mij bekend in de oren klinken. Aldus Jo Bardoel, hoogleraar Journalistiek en Media:

De journalistiek staat momenteel voor de grootste omslag in haar bestaan. Met de media in de breedste zin van het woord gaat het goed, maar met de journalistiek gaat het in de algemene perceptie behoorlijk beroerd. Nog nooit zijn er in zo korte tijd zoveel debatten, publicaties en adviescommissies gewijd aan een professie die eerder nooit opviel door veel externe bemoeienis of interne reflectie. De huidige paradigmawisseling van de journalistiek is bij nadere beschouwing het gevolg van drie samenlopende transformaties: de evoluerende mediatechnologie, een veranderde samenleving met een ander mediagebruik, en tenslotte een eveneens sterk veranderde mediasector
(…)
Naar buiten toe moeten journalisten hun traditionele terughoudendheid laten varen om voor hun onderscheidendheid (met kernwaarden als onafhankelijkheid, kwaliteit en betrouwbaarheid) uit te komen. Tot dusverre waren de kwaliteit en betrouwbaarheid van journalistieke producten vooral verbonden met de herkenbaarheid, de titel of het merk, van de krant of de omroep.
Maar naarmate media-inhouden migreren naar het web, worden vertrouwde mediapakketten ontbundeld, en moet de herkomst van product en producent ook op individueel niveau herkenbaar zijn en beter ‘gebrand’ worden.

Via

maandag 27 september 2010

Hulde aan de jarige



Vandaag viert Google zijn 12e verjaardag! Even mijmerend over hoezeer Google mijn internetgebruik beïnvloedt vind ik het eigenlijk onvoorstelbaar kort. Ik denk terug aan de workshop "Zoeken op internet" die ik een jaar of tien geleden volgde bij mijn eerste baan op de Openbare Bibliotheek Nijmegen. Daar vertelde een collega over Google: zo'n handige zoekmachine, met een heel leeg scherm en één zoekbalk, die zulke goede resultaten leverde. Nu lijkt het al of een hele generatie googelend is opgegroeid, en zijn bijna alle Googlediensten de makkelijkste en best werkende op hun gebied. Dat blijf ik bijzonder knap vinden.

donderdag 16 september 2010

How to be linked in


Bij het bijwerken van mijn Google Reader kom ik twee stukjes tegen over LinkedIn: één van Mijns Inziens en één berichtje in de Volkskrant. Het laatste stukje meldt dat LinkedIn inmiddels twee miljoen Nederlandse gebruikers telt.

LinkedIn is de enige sociale netwerksite waarop ik actief ben; Hyves of Facebook laat ik gaarne aan mij voorbij gaan. Het idee dat ik erbij heb is dat LinkedIn cleaner, professioneel en meer afstandelijk is. Ik heb niet zo’n zin in het bekijken van profielen waarin mensen hun escapades in de kroeg uitdragen. Gewoon een fotootje en een keurige beschrijving. En je hebt er tenminste wat aan.

Maar daar heb je het al: wat heb je eraan? Het kan professionele meerwaarde hebben, maar veel mensen zijn toch vooral passief gebruiker. Ik ben lid van een aantal groepen, maar houd matig bij wat daar gebeurt en voel me nog niet geroepen om er aan bij te dragen. Daarnaast is het altijd een beetje een vraag voor mij wat je netwerk precies is. Ik ken mensen met honderden LinkedIn-contacten, maar kun je die echt bijhouden? Ooit heb ik heel brutaal iemand uitgenodigd aan wie ik me eigenlijk alleen had voorgesteld op een borrel. Mijn uitnodiging werd nog geaccepteerd ook, maar ik voelde me een beetje een oplichter. Er prijken ook wat mensen van school en studie in mijn lijstje, waarvan ik sommige al in jaren niet gesproken. Dan wissel je een paar mailtjes uit en wordt het toch een soort Hyves. Met stropdassen.

Wel merk ik dat ik, wanneer ik nieuwe mensen heb leren kennen, al snel even kijk of ze al in LinkedIn staan. En zelfs een beetje teleurgesteld ben als ze dat niet zijn; “tsss, die gaan ook niet met hun tijd mee”. Blijkbaar heb ik toch het gevoel dat deze manier van netwerken erbij hoort, en zoals alle vormen van netwerken brengt het bepaalde eigenaardigheden met zich mee. Het kan allemaal nog makkelijker, bijvoorbeeld met een goede RSS-feed. Maar het is het meest zichtbare visitekaartje dat ik me kan bedenken.