Posts tonen met het label sociale netwerken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale netwerken. Alle posts tonen
woensdag 23 november 2011
maandag 28 maart 2011
Wat moet ik op Facebook?
Driekwart jaar geleden verhuisde ik vanuit Nijmegen naar Utrecht. Ik heb er toen over gedacht om lid te worden van Facebook. Het idee daarachter was dat vanzelfsprekend mijn contact met vrienden en kennissen in Nijmegen veranderde. Beide steden liggen niet aan andere einden van de wereld, maar eventjes bij iemand aanlopen voor een borrel of een afspraak in kroeg of bioscoop gaat toch net wat minder makkelijk. Misschien zou Facebook het makkelijker maken om met “verre vrienden” in contact te blijven. 
Toch ben ik nog steeds niet op Facebook te vinden. Waarom niet eigenlijk? Deze week las ik een interview in de Volkskrant met filosofe Stine Jensen, die een essay heeft geschreven over vriendschap in tijden van Sociale Media. In haar woorden herkende ik een beeld dat ik van Facebook heb:
Op Facebook en Twitter laten mensen zich van hun positieve kant zien. Met echte vrienden deel je ook de dingen die niet goed gaan. De hobbels en problemen, jouw karakterfouten, hun karakterfouten.(…)Behalve tot tijdsverspilling, leiden sociale media ook tot een gebrek aan concentratie, akelig gedrag en verstoorde relaties.(…) Het maakt je asocialer, vind ik. Je Facebookaanwezigheid wordt snel vervanging voor aanwezigheid in het echt. Je hebt heel gemakkelijk even iets afgehandeld. Het kan een ontwrichtend effect hebben op vriendschappen en relaties.
Misschien is dat wat negatief. Ik hoor van veel mensen die op Facebook zitten verhalen of wat je ermee kunt, mits met mate gebruikt. Je kunt er foto’s op zetten die je vrienden kunnen zien, berichtjes uitwisselen, afspraken maken. Daarin zie ik een vervanging van oude communicatiemiddelen. Maar met het risico dat ik als een heel ouderwetse lul klink: wat was er mis met e-mail? SMS? Picasa?
Ik zal even een voorbeeld geven: een tijdje terug zat ik met een groepje in de kroeg. Iemand haalde een iPhone tevoorschijn, maakte een foto van ons en zette die meteen op haar Facebookpagina. Binnen minuten was er een reactie van iemand die wij allen kennen: “Proost!”. Ander voorbeeld: iemand uit ditzelfde groepje verhuisde onlangs en daar kwam ik pas achter toen hij al was verhuisd. Hij had het op Facebook bekend gemaakt en dat had ik dus niet kunnen lezen.
Ik herken hier wel wat in van wat Jensen zegt: het verandert je communicatie en ik heb nog steeds mijn twijfels of ik dat leuk vind. Hoewel je via Facebook met heel veel mensen tegelijkertijd kunt communiceren voelt het ook een beetje als een verarming. Ik weet dat ik een beetje klink als iemand toen e-mail vijftien jaar geleden gemeengoed werd: “Wat is er mis met een brief?” Ergens mis ik in Facebook de investering in persoonlijke contact, die je zelfs met het sturen van een mailtje of sms-je nog kunt uitdrukken.
Het is natuurlijk totaal 1.0, maar ik merk dat ik dit gedeelte van het sociale web echt lastig vind. Dat heeft wellicht iets te maken met verlegenheid, een idee dat mijn leven te saai is om op het web te delen, of een ingebakken sterke neiging tot privacy. Met LinkedIn heb ik bijvoorbeeld veel minder moeite: daar laat je ook zien wie je bent, maar het blijft veel professioneler en daarmee ook doelgerichter. Wil ik op Facebook hebben staan dat ik in de kroeg zit? Zelfs als alleen mijn vrienden dit zien? En wat doe ik met de minder gezellige momenten in het leven, gaan die er ook op?
Of zou Facebook daadwerkelijk iets kunnen betekenen voor het verdiepen van mijn contact met mensen die ik nu eigenlijk te weinig spreek? Voor mijn bewustwording van wat er in de wereld om mij heen speelt? Wat zou ik er kunnen leren?

Toch ben ik nog steeds niet op Facebook te vinden. Waarom niet eigenlijk? Deze week las ik een interview in de Volkskrant met filosofe Stine Jensen, die een essay heeft geschreven over vriendschap in tijden van Sociale Media. In haar woorden herkende ik een beeld dat ik van Facebook heb:
Op Facebook en Twitter laten mensen zich van hun positieve kant zien. Met echte vrienden deel je ook de dingen die niet goed gaan. De hobbels en problemen, jouw karakterfouten, hun karakterfouten.(…)Behalve tot tijdsverspilling, leiden sociale media ook tot een gebrek aan concentratie, akelig gedrag en verstoorde relaties.(…) Het maakt je asocialer, vind ik. Je Facebookaanwezigheid wordt snel vervanging voor aanwezigheid in het echt. Je hebt heel gemakkelijk even iets afgehandeld. Het kan een ontwrichtend effect hebben op vriendschappen en relaties.
Misschien is dat wat negatief. Ik hoor van veel mensen die op Facebook zitten verhalen of wat je ermee kunt, mits met mate gebruikt. Je kunt er foto’s op zetten die je vrienden kunnen zien, berichtjes uitwisselen, afspraken maken. Daarin zie ik een vervanging van oude communicatiemiddelen. Maar met het risico dat ik als een heel ouderwetse lul klink: wat was er mis met e-mail? SMS? Picasa?
Ik zal even een voorbeeld geven: een tijdje terug zat ik met een groepje in de kroeg. Iemand haalde een iPhone tevoorschijn, maakte een foto van ons en zette die meteen op haar Facebookpagina. Binnen minuten was er een reactie van iemand die wij allen kennen: “Proost!”. Ander voorbeeld: iemand uit ditzelfde groepje verhuisde onlangs en daar kwam ik pas achter toen hij al was verhuisd. Hij had het op Facebook bekend gemaakt en dat had ik dus niet kunnen lezen.
Ik herken hier wel wat in van wat Jensen zegt: het verandert je communicatie en ik heb nog steeds mijn twijfels of ik dat leuk vind. Hoewel je via Facebook met heel veel mensen tegelijkertijd kunt communiceren voelt het ook een beetje als een verarming. Ik weet dat ik een beetje klink als iemand toen e-mail vijftien jaar geleden gemeengoed werd: “Wat is er mis met een brief?” Ergens mis ik in Facebook de investering in persoonlijke contact, die je zelfs met het sturen van een mailtje of sms-je nog kunt uitdrukken.
Het is natuurlijk totaal 1.0, maar ik merk dat ik dit gedeelte van het sociale web echt lastig vind. Dat heeft wellicht iets te maken met verlegenheid, een idee dat mijn leven te saai is om op het web te delen, of een ingebakken sterke neiging tot privacy. Met LinkedIn heb ik bijvoorbeeld veel minder moeite: daar laat je ook zien wie je bent, maar het blijft veel professioneler en daarmee ook doelgerichter. Wil ik op Facebook hebben staan dat ik in de kroeg zit? Zelfs als alleen mijn vrienden dit zien? En wat doe ik met de minder gezellige momenten in het leven, gaan die er ook op?
Of zou Facebook daadwerkelijk iets kunnen betekenen voor het verdiepen van mijn contact met mensen die ik nu eigenlijk te weinig spreek? Voor mijn bewustwording van wat er in de wereld om mij heen speelt? Wat zou ik er kunnen leren?
donderdag 23 december 2010
Facebook in de wereld

Heb je wel eens zo'n kaart gezien van de aarde uit de ruimte, met daarop de verlichting 's nachts? Ik dacht eerst dat dit zo'n kaart was, maar het is een kaart met daarop de activiteit op Facebook. Net als bij zo'n "lichtkaart" lichten vooral dichtbevolkte gebieden met grote economische welvaart op.
Interessant wel dat een aantal gebieden opvallend donker blijven. Rusland en China bijvoorbeeld, om bekende redenen neem ik aan. Maar verrast was ik wel doordat Japan en Brazilië ook relatief donker blijven: vergelijk ze bijvoorbeeld met Indonesië en Argentinië. Zelfs Spanje vind ik relatief matig "befacebookt". Hebben ze daar hun eigen sociale netwerken, die dapper verzet blijven bieden tegen de reus?
Via
donderdag 25 november 2010
Wat na 23dingen?

Bijna twee jaar nadat ik begon met de cursus 23dingen organiseerde de NVB-HB de Ideeënmarkt Na 23dingen. In Den Bosch gaven informatiespecialisten van zes hogescholen, één universiteit en één wetenschappelijke bibliotheek presentaties over hun toepassing van de geleerde dingen in hun dienstverlening. Want iedereen is toch begonnen aan de cursus 23dingen met op zijn minst het streven iets te leren wat je in je dagelijkse werkpraktijk kunt toepassen.
Als enthousiast ex-cursist maakte me dit wel nieuwsgierig, dus toog ook ik naar Den Bosch. Voor mij was het ook een reden voor reflectie: wat heeft 23dingen voor mij betekend? Ik blog nog steeds, omdat ik dat zelf leuk vind. RSS heeft zonder meer mijn leven veranderd (mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik). Verder heeft het me bekender gemaakt met zaken als Flickr, Twitter, Wiki's en aanverwanten. Het heeft mijn blik en mijn visie aangescherpt. Al met al dus heeft het vooral voor mijn werk iets betekend, maar gebruik ik echt dingen in mijn dienstverlening? Dan moet ik zeggen: bedroevend weinig. Mijn blog is vooral voor mij, net zoals de RSS-reader. Ik gebruik geen sociale media om met docenten of studenten te communiceren, en aan de HU-website is geen spoor 2.0 te ontdekken. Volop ruimte voor nieuwe ideeën en stimulansen dus.
De eerste presentatie kwam van Hogeschool Windesheim, of eigenlijk waren het er twee. Christina Hiemstra vertelde dat het Mediacentrum een werkgroep had opgezet om de continuïteit na 23dingen te waarborgen. Vier medewerkers, één per domein, krijgen 0,1 fte de ruimte om zich te wijden aan het inzetten van sociale media. Ze mogen zelf kiezen welke dingen ze willen toepassen, met als doel de online zichtbaarheid van het Mediacentrum te vergroten, een duidelijke link met het onderwijs te leggen, en hun collega's te instrueren. Hieruit vloeide bijvoorbeeld een cursus "Windesheim-dingen" voor docenten voort. Een voorbeeld van goede randvoorwaarden op de werkvloer creëren. Haar collega Erik Hulsken schotelde ons een snazzy prezi voor, met vooral de boodschap dat 23dingen je uitnodigt flexibel te zijn en je blikveld te verruimen. Een aardig voorbeeld dat hij noemde vond ik de QR-codes die op nieuwe boeken worden geplakt, waarmee de lener zijn boek kan verlengen. Ook aardig: showmewhatswrong.com, waarmee je een pc-gebruiker op afstand kunt helpen zonder zijn computer over te nemen.
Anneke Dirkx vertegenwoordigde de UB Leiden. Omdat iedereen daar 23dingen te veel vond maakten zij een eigen cursus met 7 dingen, plus twee "pauzenummers". Dit was een succes, en deze bieden ze nu op de website met nog twee aanvullingen aan voor studenten en medewerkers van de universiteit. De UB is bovendien in alle sociale media aanwezig, om zichtbaar te zijn op alle plekken waar je klanten zouden willen kijken. Deed me aan de strategie van het Brooklyn Museum denken. Mooi vond ik ook de manier waarop de UB-catalogus wordt verrijkt met Library Thing.
Voor Fontys trad Erik Oomen aan. Hij vertelde over de virtuele balie die was ingericht, en die een uitkomst biedt nu Fontys wegens bezuinigingen een aantal fysieke mediatheken heeft moeten sluiten. Daarnaast traint de mediatheek de docenten in 21e-dingen en zijn medewerkers in 16 zelfgekozen dingen. Op de website van Fontys zijn sociale media zeer aanwezig; hier ligt een taak van de mediatheek om wildgroei tegen te gaan. De voltallige Raad van Bestuur twittert inmiddels op persoonlijke titel.
En dan was het de beurt aan iemand die voor mij een thuiswedstrijd speelde: Irma van Zanten-van Houts, mijn voormalig kamergenote op de HAN.

In haar presentatie vertelde ze over haar blog, dat ze na 23dingen is gaan gebruiken als communicatiemiddel voor de opleidingen waar ze voor werkt. Een leuk en nuttig initiatief met nieuws op het vakgebied en uit de studiecentra. Het heeft wat tijd gekost maar inmiddels heeft ze flink wat lezers en heeft het haar zichtbaarheid vergroot: zo heeft het onderwijs naar aanleiding van haar blog haar gevraagd om advies over de cursus 21e-dingen. En ze krijgt navolging: de studiecentra starten nu met blogs voor alle verschillende domeinen. Leuk was ook haar omschrijving van haar blog als haar "buitenboordbrein": het bloggen scherpt haar eigen blik naar buiten en stimuleert om bij te leren. Herkenbaar!
Een korte presentatie van Janneke Polderman van de Hogeschool Rotterdam volgde over de wijze waarop zij hun pagina's met internetlinks hebben vervangen door Delicious. Niet zo nieuw, maar een herkenbaar idee (en ook zéér herkenbare obstakels).
Erg enthousiast werd ik van Judith van Hooijdonk van de Hogeschool Zuyd.

Deze mediatheek is ook overal aanwezig, blogt en heeft Netvibes-pagina's, gebruikt Twitter, Youtube, Yammer, wiki's (oh, als wij toch eens wiki's zouden gebruiken in plaats van dat vermaledijde SharePoint!) en denkt zelfs aan Foursquare. Voor docenten maken ze een eigen cursus "eDingen@Zuyd", waarin docenten in 8 bijeenkomsten worden onderwezen. Zoals Judith zei: "We zijn gewoon maar wat gaan doen, zonder plan". Het kan dus wél.
Alice de Jong van de Peace Palace Library liet zien waarom zij de Digitale Bibliotheek van het jaar 2010 zijn geworden.
Ik vond overigens wel dat je goed kon zien dat dit een totaal ander soort bibliotheek was dan een hogeschoolbibliotheek: alleen al het feit dat ze per week zevenhonderd titels (boeken en artikelen) moeten beschrijven en taggen. Ook was de online zichtbaarheid veel belangrijker: er is geen publiek dat toch wel je fysieke ruimte komt opzoeken. Hun website mag er dan ook zijn, met blogs (die, en dat was Alice met me eens, wel érg uitgebreid en wetenschappelijk zijn), nieuwsfeeds, Twitter, Delicious, QR-codes in de catalogus (om lijstjes van interessante titels te maken). Het werd me af en toe een beetje technisch, toen ze bijvoorbeeld over php-scripts begon... ik heb ook nog veel te leren.
Als laatste vertelde Hester van Randen van de NHL Hogeschool over het gebruik van Netvibes en Delicious door hun bibliotheek. Ook dat vond ik niet zo nieuw, maar leuk om een goed praktijkvoorbeeld te zien.
Tijdens de lunch gaven de gastvrije collega's van Avans Xplora een rondleiding en konden we met elkaar van gedachten wisselen en voorbeelden bekijken.

Daarna sloot de endnote speaker, Mr 23dingen Netherlands himself Rob Coers, de dag af. Dankzij zijn lieftallige assistente twitterde hij ons live zes tips:

Ik wist vandaag weer waarom ik 23dingen zo leuk vond, hoe prettig het was om te snuffelen aan creatieve oplossingen in je vak, om geprikkeld te worden dingen uit te proberen. En ik zag weer heel wat kansen die ik kan grijpen: er ligt op de HU de ruimte voor, en je bent er nooit mee klaar.
Labels:
23dingen,
bibliotheek 2.0,
na 23dingen,
NVB,
sociale netwerken
donderdag 11 november 2010
#nvb10

Zo, dat was mijn NVB-jaarcongres-ontmaagding! Zoveel informatiewerkers had ik nog niet eerder bij elkaar gezien. Handjes geschud en verbazend veel bekenden tegengekomen; van al mijn oude banen liepen er ex-collega’s rond, en dan ook nog medecursisten van de GO. Zelfs ik blijk al iets van een netwerk te hebben, en dan liep ik zelfs nog mensen die ik graag had willen spreken mis.
Een hele schouwburg vol luisterde naar Maarten van Rossem. Je kunt veel van deze knorrepot zeggen, maar de manier waarop hij zich presenteert en praat is fenomenaal. Een knap pijnlijk stukje over de meewarige “dames van onbestemde leeftijd” die hem uitlachten van achter de balie van de UB; ik ken nog genoeg biebmensen die zich daar iets van kunnen aantrekken. Vooral bleef me bij dat Van Rossem ons aanmoedigde om niet alleen knoppenkennis bij te brengen, maar mensen te helpen om goed voorbereid te gaan zoeken: als je niets weet van waar je naar op zoek bent zul je het nooit vinden.
Ik vond het niveau van de verschillende presentaties daarna nogal wisselend en kon (mede dankzij een pijnlijke rug) lang niet overal mijn aandacht goed bijhouden. Van de presentatie waarvan ik eigenlijk het minste verwachtte bleef me echter toch iets bijzonders bij. Het was de presentatie van Dick Rijken over experimenten in laboratorium Waterwolf in Gouda; hij merkte op dat media geen doel op zich zijn, maar alleen ergens toe dienen als ze vanuit een bepaalde visie worden gebruikt. In het ontwikkelen van je visie denk je na over wie je bent en waar je naartoe wilt. Van daaruit ga je aan de slag, met welke media dan ook. Mocht Twitter over drie jaar alweer uit zijn, gebruik dan iets anders.
Dat vond ik goed om te horen en herkenbaar, want hoeveel wordt er niet aangeklooid? Zou dit niet één van de redenen zijn dat zoveel 23dingen-cursussen uiteindelijk nauwelijks een vervolg krijgen? Of dat iedereen ineens Twitter wil gaan gebruiken omdat dat in de mode is, zonder eigenlijk te weten waarom je het wilt doen? Of te gaan bloggen en uiteindelijk niet meer te weten waarover je wilt schrijven, waarna je blog een spookblog wordt?
donderdag 16 september 2010
How to be linked in

Bij het bijwerken van mijn Google Reader kom ik twee stukjes tegen over LinkedIn: één van Mijns Inziens en één berichtje in de Volkskrant. Het laatste stukje meldt dat LinkedIn inmiddels twee miljoen Nederlandse gebruikers telt.
LinkedIn is de enige sociale netwerksite waarop ik actief ben; Hyves of Facebook laat ik gaarne aan mij voorbij gaan. Het idee dat ik erbij heb is dat LinkedIn cleaner, professioneel en meer afstandelijk is. Ik heb niet zo’n zin in het bekijken van profielen waarin mensen hun escapades in de kroeg uitdragen. Gewoon een fotootje en een keurige beschrijving. En je hebt er tenminste wat aan.
Maar daar heb je het al: wat heb je eraan? Het kan professionele meerwaarde hebben, maar veel mensen zijn toch vooral passief gebruiker. Ik ben lid van een aantal groepen, maar houd matig bij wat daar gebeurt en voel me nog niet geroepen om er aan bij te dragen. Daarnaast is het altijd een beetje een vraag voor mij wat je netwerk precies is. Ik ken mensen met honderden LinkedIn-contacten, maar kun je die echt bijhouden? Ooit heb ik heel brutaal iemand uitgenodigd aan wie ik me eigenlijk alleen had voorgesteld op een borrel. Mijn uitnodiging werd nog geaccepteerd ook, maar ik voelde me een beetje een oplichter. Er prijken ook wat mensen van school en studie in mijn lijstje, waarvan ik sommige al in jaren niet gesproken. Dan wissel je een paar mailtjes uit en wordt het toch een soort Hyves. Met stropdassen.
Wel merk ik dat ik, wanneer ik nieuwe mensen heb leren kennen, al snel even kijk of ze al in LinkedIn staan. En zelfs een beetje teleurgesteld ben als ze dat niet zijn; “tsss, die gaan ook niet met hun tijd mee”. Blijkbaar heb ik toch het gevoel dat deze manier van netwerken erbij hoort, en zoals alle vormen van netwerken brengt het bepaalde eigenaardigheden met zich mee. Het kan allemaal nog makkelijker, bijvoorbeeld met een goede RSS-feed. Maar het is het meest zichtbare visitekaartje dat ik me kan bedenken.
woensdag 2 juni 2010
Catablogus

We kunnen er nog zoveel werk in steken: een bibliotheekcatalogus blijft meestal een statisch en saai ding. Handig om snel even te zoeken, maar kraak noch smaak. Daarnaast heb je nog een website, als showcase van alle mooie mogelijkheden die je als bibliotheek te bieden hebt. Bij ons bijvoorbeeld is die (uiteraard) gekoppeld aan de HU-website en volgt ook de huisstijl. Daar is natuurlijk wel wat voor te zeggen: we maken ten slotte onderdeel uit van een grotere organisatie die één gezicht naar de buitenwereld wil tonen. Dat is ook voor de student en medewerker gemakkelijk en herkenbaar. Echt dynamisch wordt het er niet van.
Op Bibliotheek 2.0 las ik een bericht van Kris De Winter van de Openbare Bibliotheken Provincie Antwerpen. Zij zijn bezig met een website/catalogus in de vorm van een WordPress-blog met daarachter een aquabrowser. In de begeleidende blogpost legt Kris uit wat de bedoeling achter deze opzet was:
Our job at the PBC is to build and maintain a centralised library system for a group of municipal public libraries (currently about 40 of them), thus creating cost efficiencies and reducing the individual workload of each library.(...)
We think it’s useful to combine both in one website/interface: Library users need only consult one website + we’re quite wild about the possibilities it gives us for digitally showcasing the library’s materials, the possibility of interacting with customers etc. Even nowadays, most libraries still make do with some static pages on the city’s website and an old-fashioned search system. With our system we also want to stimulate and empower libraries to do more.
In de betaversie ziet het er geweldig uit. Ik vind zelf aquabrowsers mooi en handig, maar dat is nog niet eens het belangrijkste punt. Vooral de simpele opzet en de flexibiliteit vind ik mooi, en de mogelijkheid voor elke bibliotheek om eigen content toe te voegen. Voor openbare bibliotheken, zeker in een opzet zoals in Antwerpen met een groot aantal kleine bibliotheken in één organisatie, is het een fraaie optie. Voor ons als hogeschoolmediatheek wordt het lastiger; zoals gezegd zitten we toch vast aan de webstructuur van een grotere organisatie.
Ik wil dit toch wel in de gaten houden. Er wordt, in bibliotheken en onderwijs, zoveel tijd en geld gestoken in websites en digitale werk- en leeromgevingen, die je mogelijkheden enorm vast timmeren en (naar mijn bescheiden mening) absoluut niet optimaal worden gebruikt. Iedereen worstelt met de beste manieren om alle mooie bronnen die je bieden hebt op een juiste manier onder het voetlicht te brengen, om nieuws en ideeën te kunnen uitwisselen, om je gebruiker te bereiken én te betrekken. De PBC Antwerpen laat zien dat je met redelijk simpele middelen een prachtig en flexibel systeem kunt neerzetten.
Kudos!
donderdag 27 mei 2010
De revolutie der sociale media
Onderstaand filmpje is een mooie weergave hoe snel de wereld verandert dankzij sociale media. Vooral gericht op bedrijven, maar voor onderwijs en bibliotheken, waar naar mijn idee zo velen zich (nog) niet bewust zijn van snelheid en impact van deze ontwikkeling, ook goed om te zien.
Via
Via
maandag 12 april 2010
Facebook-paranoia

Ik ben geen lid van Facebook. Gisteren kreeg ik per e-mail een uitnodiging: een bekende heeft een profiel op Facebook aangemaakt en nodigde mij uit daarop een kijkje te nemen. Onderaan het bericht stond een rijtje Facebook-leden die ik ook zou kunnen kennen. Tot mijn verbazing klopte dat rijtje helemaal: ik ken ze allemaal.
Ik ben wel lid van LinkedIn, en daar word je ook regelmatig gewezen op mensen die je zou kunnen kennen. Dat vind ik niet zo gek: dit zijn meestal mensen die in het netwerk van één van mijn contacten zitten, of lid zijn van eenzelfde groep. Veel van die mensen ken ik in het werkelijke leven niet, maar ik begrijp hoe LinkedIn die verbanden legt.
Maar van dit grapje van Facebook werd ik een beetje paranoïde. Hoe kan Facebook weten dat ik ze ken? Ze staan inderdaad allemaal in het adresboek van mijn e-mailaccount. Maar hoe weet Facebook dat? Het duurde even voor ik bedacht dat ik natuurlijk ook in hún adresboeken sta. Ik weet niet hoe dat gaat bij Facebook, maar je zult je adresboek er wel kunnen importeren.
Toch gek: de wereld wordt kleiner, je legt je contacten, en ze duiken op heel vreemde manieren weer op. Ik werd er weer even mee geconfronteerd dat het best ingewikkeld is en je schrik kan aanjagen. Je privacy is niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger.
vrijdag 26 februari 2010
Curlingbroek

Kijkt iemand in Nederland wel eens naar curling? Van de week heb ik even naar het curlingtoernooi op de Olympische Winterspelen in Vancouver zitten kijken. Het deed mij het meest denken aan jeu de boules, maar dan op ijs en met een soort granieten strijkijzer. En met spelers die heel ernstig kijken en daarna veel schreeuwen en driftig met Swiffers over het ijs gaan. Heel apart. In Canada en Scandinavië schijnt het heel populair te zijn. Zowaar dreigt curling een beetje cult te worden, dankzij een broek! Gisteren las ik een artikel in nrc.next over het uiterlijk van Olympische wintersporters. Het curlingteam van Noorwegen draagt een bijzonder aparte broek, die zozeer de aandacht trekt dat de broek nu zelfs een eigen profiel op Facebook heeft…. Zo speel je een sport in de kijker. Hulde heren!
vrijdag 4 december 2009
Sociaal op de HU
Een paar maanden geleden schreef ik een berichtje over HUMedia, een online sociaal netwerk dat is opgezet voor en door studenten van de Faculteit Communicatie en Journalistiek van de Hogeschool Utrecht. Inmiddels werk ik zelf voor de HU, en houd ik HUMedia met een half oog in de gaten. Je weet immers nooit op welke ideeën je komt. HUMedia is bovendien ook een echte Ning, net als Bibliotheek2.0. En inmiddels weet ik ook dat ook op andere faculteiten van de HU ideeën leven voor communities, voor communicatie en kennisdeling.

Deze week had HUMedia zowaar een relletje aan zijn broek, vanwege een bijzonder melig filmpje over de Margriet Winterfair. Een beetje GeenStijl naar mijn smaak, maar dat is blijkbaar iets jongehonderigs van studenten journalistiek. Er ontstonden wel fijne discussies over verantwoordelijkheid, want ja, je heet dan wel HUMedia, maar de HU is geen eigenaar.
Wel leuk vind ik dat het blijkbaar lééft onder studenten van de FCJ. HUMedia heeft veel leden, en er wordt ook actief meegedaan. Ik weet niet of het het beste voorbeeld is voor andere communities in opbouw, maar inspireren doet het zeker.

Deze week had HUMedia zowaar een relletje aan zijn broek, vanwege een bijzonder melig filmpje over de Margriet Winterfair. Een beetje GeenStijl naar mijn smaak, maar dat is blijkbaar iets jongehonderigs van studenten journalistiek. Er ontstonden wel fijne discussies over verantwoordelijkheid, want ja, je heet dan wel HUMedia, maar de HU is geen eigenaar.
Wel leuk vind ik dat het blijkbaar lééft onder studenten van de FCJ. HUMedia heeft veel leden, en er wordt ook actief meegedaan. Ik weet niet of het het beste voorbeeld is voor andere communities in opbouw, maar inspireren doet het zeker.
woensdag 8 juli 2009
Nederlanders online
Via Twitter las ik over de studie The Next Web 2009: een onderzoek naar het online gedrag van de Nederlanders en de gevolgen daarvan in hun dagelijks leven.
In de studie worden een aantal leuke thema's aangesneden. Niet alleen het gebruik van het internet,
maar bijvoorbeeld ook het bewustzijn van je online identiteit en de sporen die je op het net achterlaat. Aardige gegevens: 45% van de ondervraagden is actief gebruiker van Hyves, slechts 1% van Delicious. Ik ben erg benieuwd of dat percentage zal stijgen doordat wij het nu gebruiken als bookmarks op de website!
Bijna een derde van de sociale netwerkers levert het ook vrienden in het dagelijks leven op, en 72% van hen zegt dat het niet ten koste gaat van hun "real life"-vriendschappen. Daarnaast is 84% selectief met de persoonlijke informatie die zij achterlaten op het net.
In de studie worden een aantal leuke thema's aangesneden. Niet alleen het gebruik van het internet,

maar bijvoorbeeld ook het bewustzijn van je online identiteit en de sporen die je op het net achterlaat. Aardige gegevens: 45% van de ondervraagden is actief gebruiker van Hyves, slechts 1% van Delicious. Ik ben erg benieuwd of dat percentage zal stijgen doordat wij het nu gebruiken als bookmarks op de website!
Bijna een derde van de sociale netwerkers levert het ook vrienden in het dagelijks leven op, en 72% van hen zegt dat het niet ten koste gaat van hun "real life"-vriendschappen. Daarnaast is 84% selectief met de persoonlijke informatie die zij achterlaten op het net.
dinsdag 23 juni 2009
Komkommertijd

Groot nieuws gisteren: twitter, blog of hyve nooit dat je op vakantie bent, want het inbrekersgilde leest mee. Pas maar op, Edwin!
woensdag 17 juni 2009
Let's Tweet Tehran

Wat web 2.0 kan betekenen voor een maatschappij zonder vrije nieuwsgaring, zien we deze week weer in Iran. De enorm gespannen situatie na de verkiezingen daar wordt verslagen door bloggers, twitteraars, flickies (ik wist ook niet dat ze zo heetten) en facebookers. Kijk bijvoorbeeld eens op Twitter Search onder #iranelection, waar voortdurend nieuwe tweets binnenkomen, waarmee berichten, filmpjes en foto's worden verstuurd.
Power to all our friends.
foto: Hamed Saber
vrijdag 12 juni 2009
Netwerken in hoger onderwijs
Mijn collega Jos Fleuren twitterde deze week over een artikel getiteld Social networks zijn de redding van het hoger onderwijs in Nederland. De auteur, Job Twisk, is docent op de Faculteit Communicatie en Journalistiek van de Hogeschool Utrecht. Daar heeft hij ervaring opgedaan met HUmedia, een online community voor studenten en medewerkers van de HU.

Twisk poneert de interessante stelling studenten dat de waarde van een onderwijsinstelling de waarde is die studenten, alumni en werkgevers aan de organisatie toekennen. Hoe maak je die zo groot mogelijk: door slim communitymanagement.
En in de toekomst betekent dit volgens Twisk dat sociale netwerken uitgroeien tot instituten die de voorwaarden waaronder het onderwijs gegeven gaat worden bepalen, als ook de reputatie en waarde van de onderwijsinstelling. Na de opleiding zullen studenten gaan werken bij bedrijven die hen gescout hebben via het netwerk, en zal de onderwijsinstelling van blijvende waarde zijn voor de student bij het onderhouden en vergroten van zijn kennis en netwerk.
Interessant. Er kunnen wel wat gaten in worden geschoten; je kunt als onderwijsorganisatie er nog zo veel in investeren, maar als je doelgroep er niet aan wil heb je er nog niks aan. Je zult dus moeten kijken hoe je ze aan je bindt. Misschien door je hele online leeromgeving in zo'n community te integreren?
Is het daarnaast reëel of wenselijk om dit te realiseren? Ik denk wel dat Twisk een paar aardige punten heeft, zoals het gebruik van deze netwerken door bedrijven om talent te scouten (en andersom). En ook interessant om te bedenken of je als onderwijsondersteunende organisatie iets in dit netwerk kunt bijdragen.
Leuk om na het weekend nog eens over na te denken.

Twisk poneert de interessante stelling studenten dat de waarde van een onderwijsinstelling de waarde is die studenten, alumni en werkgevers aan de organisatie toekennen. Hoe maak je die zo groot mogelijk: door slim communitymanagement.
Uiteindelijk vormt een community de basis voor een cultuur, een vruchtbare omgeving – zonder dat dit expliciet wordt uitgesproken tussen de leden van de community- waarin kennis wordt overgedragen. En dan niet de kennis die vrijkomt tijdens colleges of die in boeken staat, maar kennis die collectief aanwezig is in de community zelf en die alleen door interactief contact op een social network of mondeling aan elkaar wordt overgedragen.
En in de toekomst betekent dit volgens Twisk dat sociale netwerken uitgroeien tot instituten die de voorwaarden waaronder het onderwijs gegeven gaat worden bepalen, als ook de reputatie en waarde van de onderwijsinstelling. Na de opleiding zullen studenten gaan werken bij bedrijven die hen gescout hebben via het netwerk, en zal de onderwijsinstelling van blijvende waarde zijn voor de student bij het onderhouden en vergroten van zijn kennis en netwerk.
Interessant. Er kunnen wel wat gaten in worden geschoten; je kunt als onderwijsorganisatie er nog zo veel in investeren, maar als je doelgroep er niet aan wil heb je er nog niks aan. Je zult dus moeten kijken hoe je ze aan je bindt. Misschien door je hele online leeromgeving in zo'n community te integreren?
Is het daarnaast reëel of wenselijk om dit te realiseren? Ik denk wel dat Twisk een paar aardige punten heeft, zoals het gebruik van deze netwerken door bedrijven om talent te scouten (en andersom). En ook interessant om te bedenken of je als onderwijsondersteunende organisatie iets in dit netwerk kunt bijdragen.
Leuk om na het weekend nog eens over na te denken.
woensdag 6 mei 2009
Muziek in sociaal netwerk

Dit vind ik een wat vreemd ding. We doen hier niet zoveel met muziek, dus ontgaat me het nut voor ons in de Studiecentra een beetje. Daarnaast vind ik Last.fm eigenlijk maar een onding. In eerste instantie had ik zelf een account aangemaakt, maar daar kun je niet zoveel mee als je niet betaalt. Dat heb ik dus weer opgeheven, en een playlist gemaakt in het 23dingen-account. Ik vind het toevoegen van nummers redelijk gaan. Jammer alleen dat je niet alle nummers erin kunt zetten; ze zijn in ieder geval niet allemaal af te spelen. Het sociale aspect erbij is leuk: je kunt goed doorsurfen naar andere interessante muziek en lekker rondsnuffelen. Er staat veel informatie in en ook heel actueel.
Ook jammer dat ik geen widget kan maken van mijn eigen playlist om in mijn blog te zetten. Bij Grooveshark kan dat wel. Daar dus ook een playlist gemaakt en die gewidget. Grooveshark heeft ook weer zijn nadelen: werkt een beetje omslachtig en er zitten volgens mij minder bestanden in dan in Last.fm. Maar alles werkt wel. De widget is alleen wel traag.
Tja, wat we ermee moeten... ik denk dat het voor een muziekbibliotheek wel interessant is. En de structuur is aardig, een leuk voorbeeld voor sociale netwerken. Maar ik raak er niet heel erg door geïnspireerd.
maandag 27 april 2009
Sociale netwerken

Mijn persoonlijke probleem met sociale netwerksites is dat ik er al snel genoeg van heb. In de jaren '90 discussieerde ik wel eens mee op internetfora, maar daar werd zo veel onzin geouwehoerd dat ik het er al snel bij liet zitten. Toen ik vrijgezel was heb ik zelfs een profieltje op een relatiesite gehad; ook dat verzandde in inactiviteit en ik kwam mijn geliefde gewoon in de kroeg tegen.
Veel mensen die ik ken staan op Hyves en roepen vaak dat ik er ook lid van moet worden. Voorlopig zie ik er niets in. Moet ik honderden vrienden gaan entertainen op internet, terwijl me dat in het niet-virtuele leven al genoeg moeite kost?
Toch knaagt er wel iets, als ik bijvoorbeeld de 23dingen-Hyves bekijk. Er staat wel een fantastisch netwerk op. Al surfend kom ik ontzettend veel mensen tegen die in mijn vriendenlijstje niet gek zouden staan. Hetzelfde bij LinkedIn: die site vind ik op zich wel aardig, vanwege de veel professionelere insteek. Ik had daar al een tijdje een account, en daar heb ik nu o.a. mijn 23dingen-coaches aan toegevoegd. Grappig ook dat LinkedIn de verbanden legt tussen jou en mensen die nog niet in je netwerk staan: zo wordt duidelijk dat de stappen tussen jou en de rest inderdaad niet groot zijn. Anderzijds: kan ik iemand op wiens blog ik af en toe reageer, of die ik tijdens mijn opleiding af en toe heb gezien, uitnodigen voor mijn netwerk? Ik aarzel daar toch bij: het lijkt zo brutaal...
Aldus spreekt het "hé-ik-ken-jou-uit-de-Drie-Gezusters"-gehalte van de sociale sites mij helemaal niet aan, maar het netwerken wel. Zelfs op Hyves zie ik best leuke dingen gebeuren waar mensen zich rond bepaalde thema's verzamelen. Dan is het natuurlijk een heel leuk en makkelijk communicatiemiddel.
Voor contact met andere mensen uit de bibliotheekwereld vind ik de Bibliotheek 2.0 Ning handig, al ben ik er zelf bijzonder inactief. Voor contact met je gebruikers twijfel ik: is een Studiecentra-Hyves een goed idee? Natuurlijk is het retecool en überhip, maar ik vraag me ernstig af wat het toevoegt. Mededelingen en nieuws gaan net zo goed via de site. Ook al hebben we een klantengroep die ermee weet om te gaan, Hyves is vast niet de eerste plek waar ze ons zullen zoeken. Zou het de moeite waard zijn om daarnaar te streven?
Labels:
ding #19,
Hyves,
LinkedIn,
Ning,
sociale netwerken
Abonneren op:
Posts (Atom)